Talent & Pro Masterclass Pensioenen Oostenrijk en Slovakije (24-27 september 2019)

Voorgaande APEP-studieprogramma’s inzake pensioenstelsels hebben achtereenvolgens plaatsgevonden in Denemarken (2012), Duitsland (2013), Frankrijk (2014), Verenigd Koninkrijk (2015), Zweden (2015), Italië (2016), Zwitserland (2017) en Finland (2018).

Kijkend naar deze rij lidstaten ligt het voor de hand de blik nu oostwaarts te richten. Dan komen we uit bij Oostenrijk en Slowakije. In beide landen is de AOW de dominante pijler in het pensioenstelsel, met vergelijkbare vragen naar de houdbaarheid er van. Maar met een heel uiteenlopende aanpak, mede te verklaren uit specifieke omstandigheden. Voorts is een dubbel bezoek eenvoudig te organiseren: Wenen en Bratislava liggen dicht bij elkaar, het vliegveld ligt er midden tussen in. 

Het pensioenstelsel in Oostenrijk is nogal uitzonderlijk. Weliswaar is er sprake van een driepijler pensioensysteem. Maar zo’n 90% van de pensioenuitkeringen komt van de eerste pijler. Die AOW is op omslagbasis en is dus gebaseerd op een (impliciet) generatiecontract. En de AOW is een Bismarck variant: de pensioenuitkeringen zijn afhankelijk van het aantal gewerkte jaren en het verdiende inkomen. De gouden formule is 80-45-65: brutovervangingsratio 80, na 45 jaren bijgedragen te hebben, op een pensioenleeftijd van 65 jaar.     In veel Europese lidstaten maakt men zich zorgen over de financiële houdbaarheid van zo’n “Bismarck-AOW”.  En zoekt men, soms zeer moeizaam, naar aanpassingen. Maar daar lijkt het niet erg op in Oostenrijk. Er is wel sprake van aanpassingen, maar met kleine stapjes en lange overgangsperioden. Terwijl in de Melbourne Mercer Global Pension Index 2018 het Oostenrijkse stelsel één na laagst scoort op het criterium financiële houdbaarheid. Terwijl er een ontwikkelde, maar kleine tweede pijler is (8 fondsen, zo’n € 25 mrd. belegd vermogen). Ofwel: de noodzaak tot aanpassing van de eerste pijler is groot, er zijn alternatieven voor de eerste pijler, maar er lijkt weinig te gebeuren.

 Dit leidt soms tot jaloerse blikken, bijvoorbeeld in Duitsland. “Alt ist man derzeit am besten in Österreich”, en “Rentnerparadies in den Alpen” Dat is echter toch wel de vraag. Is het Oostenrijkse pensioenstelsel wel zo’n pensionado’s paradijs? En blijft het wel zo’n paradijs?   

Ook in Slowakije, zoals in veel nieuwe EU-lidstaten, is de AOW de belangrijkste pensioenpijler. Mede op basis van Wereld Bank rapporten hebben die landen getracht een tweede pijler te ontwikkelen. Door een deel van de eerste pijler premie te verschuiven naar kapitaalopbouw. Dat leidde dan tot tekorten op de overheidsbegroting, maar dat werd  – in het kader van de pensioenvernieuwing – verantwoord geacht. Totdat de “2008-crisis” toesloeg, met hogere begrotingstekorten en instortende aandelenkoersen tot gevolg. En werden in sommige landen de vernieuwingen weer teruggedraaid: premies weer volledig in de begroting, het opgebouwde vermogen ten gunste van de staatschuld (Hongarije, Polen).

 In Slowakije is men veel minder ver gegaan. Eerst was de tweede pijler verplicht, toen weer niet, weer wel, en nu weer niet. 

Kapitaaldekking mag mooi zijn, maar je kunt er op een slecht moment mee beginnen. Waardoor je lang op achterstand kunt komen te staan. Terwijl de houdbaarheid van de AOW een issue blijft. Slowakije is een goed voorbeeld van de pensioenproblematiek in veel Oost Europese landen: te ruime AOW, maar 2de en 3de pijler komen moeizaam tot ontwikkeling En daarom is een bezoek aan Slowakije zeer de moeite waard.

Oostenrijk en Slowakije bieden ook veel leerstof met betrekking tot het proces van pensioenvernieuwing. Komt het van de grond en waarom niet? Valt het tegen en wat doe je daar dan aan? Enzovoorts.

Zoals gebruikelijk in de APEP-pensioenstudiereizen bezoeken we de relevante instellingen en spreken we met sleutelfiguren. In het korte tijdsbestek van 3 dagen – een kleine twee dagen in Wenen, ruim een dag in Bratislava – krijgen we een integraal beeld: zowel van de spelers als van het spel. Het vertrek is in de namiddag van 24 september en terugkomst in de vroege avond van 27 september (met de mogelijkheid tot individuele verlenging op eigen kosten). De deelnemers maken een gezamenlijk verslag van de reis, gecombineerd met de presentaties levert dit een handzaam dossier op.